WAT IS HOMEOPATHIE?


Homeopathie praktisch
Homeopathie versus kruidengeneeskunde
Geschiedenis


Homeopathie praktisch

Homeopathie is een geneesmethode, die het balanssysteem (ook wel weerstand, herstelmechanisme of zelfgenezend vermogen genoemd) van een mens prikkelt via een geneesmiddel. Het doel van de behandeling is herstel van het lichamelijk, emotioneel en geestelijk evenwicht of, kort gezegd, dat men van de klacht af komt en zich weer lekker voelt in zijn eigen vel.
De keuze van de individuele geneesmiddelen gebeurt in samenwerking tussen u als patiënt en de arts. Het verhaal van de patiënt is hierbij van groot belang en de arts zoekt op basis hiervan een bijpassend middel. Daarbij komen in de klassieke homeopathie niet alleen de huidige klachten aan bod, maar kunnen ook vragen over algemene gezondheidskenmerken, zoals slaap en eetgewoontes, persoonlijkheidskenmerken en hoe iemand in het leven staat, meehelpen het passende middel te vinden.

Homeopathie is een geneeswijze die gebaseerd is op het principe dat een stof die bepaalde klachten veroorzaakt het beste geneesmiddel is om een gelijkende klacht te laten genezen. Dit principe werd al door de vader van de geneeskunde, de Griekse arts Hippocrates, beschreven en later opnieuw door de beroemde middeleeuwse arts Paracelsus.
In 1790 herontdekte de Duitse arts Hahnemann dit principe en gaf het de naam homeopathie. Hij werkte de methode uit tot de geneeswijze zoals deze nog steeds wordt beoefend.

Zie ook de stukken onder ‘FAQ’ (bijvoorbeeld over acute en chronische aandoeningen).

 

Homeopathie versus kruidengeneeskunde
Niet alles wat in de winkels verkocht wordt als homeopathie is werkelijk homeopathie.
Echinacea bijvoorbeeld, een kruid dat door veel firma's wordt verwerkt tot een middel om de weerstand te verhogen, is een prachtige, geneeskrachtige plant, dat is ook wetenschappelijk aangetoond, maar wordt meestal verkocht als kruidenmiddel. Kruidengeneeskunde, ook wel fytotherapie genoemd, lijkt veel op homeopathie, maar werkt net iets anders. In de kruidengeneeskunde wordt een middel uitgezocht tegen een bepaalde klacht, bijvoorbeeld een slechte weerstand, slecht slapen, pijn in de gewrichten enzovoorts. In de homeopathie wordt daaraantegen naar de gehele mens (holistisch) gekeken om een exact middel te vinden welk het lichaam stimuleert om zélf de ziekte te genezen.
De gewone, reguliere geneeskunde is gebaseerd op de kruidengeneeskunde. Veel reguliere geneesmiddelen zijn oorspronkelijk afkomstig van planten. Door de fabrikant zijn de meest werkzame stoffen uit die planten gehaald of worden chemisch nagemaakt.
Er wordt in de homeopathie niet alleen gewerkt met planten - hoewel deze een belangrijke groep vormen - maar ook met geneesmiddelen die zijn gemaakt uit mineralen en dierlijke producten.
Een tweede verschil tussen kruidengeneesmiddelen en homeopathische geneesmiddelen ligt in de manier waarop ze worden gemaakt. Homeopathische middelen worden verdund tot veilige sterkten (zie hiervoor het algemene stukje over homeopathie).
Er zijn geneeskrachtige planten die zelfs in kleine hoeveelheden giftig zijn. Dat geldt ook voor sommige mineralen zoals bijvoorbeeld arsenicum. Om geen risico te lopen, verdunde Hahnemann zijn oplossingen steeds verder en wel op een speciale manier. Bij elke verdunning schudde hij de oplossing flink. Dit proces van verdunnen en schudden noemde hij 'potentiëren', wat 'krachtig maken' betekent.
Tot zijn verbazing ontdekte hij dat met elke verdere verdunning, oftewel hogere potentie, de genezende werking sterker werd (en de giftige werking, de bijwerking, uiteraard minder).

 

Geschiedenis
Hippocrates:
Zoals dieren in de natuur heel goed weten wat goed voor hen is en wat hen kan helpen om te genezen van een kwaal, hebben mensen ook altijd gezocht naar natuurlijke hulpmiddelen om te genezen. Kruiden speelden daarbij een belangrijke rol, maar ook bijvoorbeeld geneeskrachtige klei en water uit bronnen. Bij medicijnmannen, medicijnvrouwen en andere genezers bestond veel kennis over het gebruik hiervan, zoals tegenwoordig nog in bepaalde streken van Afrika en in het Amazonegebied voorkomt. Door artsen uit alle tijden is deze kennis vastgelegd in boeken. Tot de oudste boeken behoort het werk van de Griekse arts Hippocrates. Hij wordt door westerse artsen beschouwd als de 'vader van de geneeskunde'. Uit zijn boeken blijkt, dat hij gebruik maakte van kruidengeneeskunde maar ook van homeopathie, ook al gebruikte hij daarvoor andere namen. Hippocrates beschrijft in zijn boeken twee manieren waarop hij mensen genas: Genezen met het tegengestelde en met het gelijkende.
Volgens de ene methode (contraria / het tegengestelde) gaf hij een geneesmiddel tegen een klacht, zoals men bijvoorbeeld koud water gebruikt om verhit ijzer af te koelen. Tegen pijn gaf hij een pijnstillend middel en tegen onrust een rustgevend middel. Dit klinkt heel logisch en zo worden nog steeds de reguliere geneesmiddelen voorgeschreven. Hij wist dat de aandoening hiermee niet genas, maar probeerde op deze manier het lijden te verlichten.
Bij de andere werkwijze (similia / het gelijkende) zocht hij naar een geneesmiddel dat een stimulans kon geven aan het lichaam om zelf te genezen. Hiervoor gebruikte hij stoffen of methoden waarvan hij wist dat ze de klacht of het ziektebeeld juist konden opwekken. Dit is de geneeswijze die door homeopathische artsen bij voorkeur wordt gebruikt.

Zoals zo vaak gebeurt met bijzondere mensen, zijn de leerlingen van Hippocrates verdeeld geraakt. Sommige meenden dat alleen de eerste methode, de contraria-methode, werkte en andere leerlingen dachten dat alleen de similia-methode goed was. In de loop van de geschiedenis zijn de tegenstellingen blijven bestaan en zelfs nu nog zijn er artsen die menen dat alleen hun methode deugt. Gelukkig begint het besef te groeien dat beide methodes nodig kunnen zijn, soms de ene, soms de andere en in andere gevallen beide tegelijk.

Paracelsus:
Na Hippocrates zijn er twee bekende artsen geweest die tot dezelfde conclusie kwamen als hij. De eerste was Paracelsus, een Zwitserse arts die leefde aan het eind van de middeleeuwen. Over zijn geneeswijze zei hij 'similia similibus curantur', wat betekent 'het gelijke wordt genezen door het gelijkende'. In zijn tijd stond Paracelsus bekend als een soort wonderdokter en een groot geleerde op het gebied van de alchemie, de voorloper van de scheikunde.

Hahnemann:
De tweede arts was Samuel Hahnemann, geboren in 1755 - de grondlegger van de huidige homeopathie.
Omdat zijn talenten tijdens zijn studie geneeskunde te Wenen opvielen, kreeg hij al snel een baan aangeboden door de lijfarts van de Oostenrijkse keizer. In 1790 studeerde hij af en was toen niet alleen arts, maar ook scheikundige. De bekende scheikundige Berzelius roemde zijn deskundigheid op dit gebied.

In een van de geneeskundige werken uit die tijd stond een artikel over kinine, het middel dat toen ook al gebruikt werd tegen malaria. Volgens de auteur zou het middel werkzaam zijn vanwege de bittere smaak. Hahnemann vond deze verklaring wat te simpel en besloot, als een echte wetenschapper, zelf kinine in te nemen. Tot zijn verbazing kreeg hij na inname van een kleine hoeveelheid kinine alle verschijnselen die horen bij malaria! Toen de klachten na een aantal dagen weer verdwenen waren, besloot hij het experiment te herhalen - en weer kreeg hij malaria-verschijnselen. Hiermee was 1790 de homeopathie (her-)ontdekt: een stof die bepaalde verschijnselen kan opwekken, is in staat deze verschijnselen te genezen. Hij noemde deze wetmatigheid 'Similia similibus curentur', 'het gelijkende zal het gelijkende genezen' - op een letter na dezelfde woorden als Paracelsus.
Hahnemann en zijn collega’s hadden opzienbarende successen in het genezen van de vele cholera-epidemiën, onder andere met Arsenicum album, maar ook met Veratrum album (wit nieskruid), Cuprum (koper) en Camphora (kamfer).
In zijn bloeiende praktijk in Parijs ging Hahnemann ook op zoek naar hoe hij mensen met een chronische ziekte kon helpen. Als hij een middel gaf dat bij een van de klachten paste, ging die klacht wel weg, maar kon er een ander voor in de plaats komen of kwam dezelfde klacht na verloop van tijd weer terug. Ten slotte ontdekte hij dat deze mensen alleen genazen als hij een middel vond dat niet alleen bij de klacht paste maar ook bij het totaalbeeld van die mens. Zo kwam hij erachter dat bepaalde middelen bij bepaalde type mensen werkten en niet of minder bij anderen. Zo ontdekte hij dat ook iemands karakter en de manier waarop iemand reageert op bepaalde gebeurtenissen belangrijk is bij de keuze van het homeopathische geneesmiddel.